ECLI:NL:CRVB:2022:2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn. Ondanks een beroep op betalingsonmacht en diverse herinneringen, heeft appellant niet tijdig het griffierecht voldaan en ook niet het formulier voor betalingsonmacht ingevuld en geretourneerd.
De Raad heeft appellant schriftelijk geïnformeerd over de criteria voor betalingsonmacht en de gevolgen van het niet voldoen aan de betalingsverplichting. Omdat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van betalingsonmacht, is het hoger beroep volgens de Raad kennelijk niet-ontvankelijk.
De Raad heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.