ECLI:NL:CRVB:2022:2380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks herinneringen en een mogelijkheid tot beroep op betalingsonmacht, heeft appellant het griffierecht niet tijdig voldaan.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van beroep, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellant is hiervoor meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar heeft ook deze termijnen ongebruikt laten verstrijken.
Gelet op het niet voldoen aan de betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden, heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut op 8 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.