ECLI:NL:CRVB:2022:2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
De gemachtigde van appellante is op 11 november 2021 en opnieuw op 12 december 2021 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €134,- en de uiterste betaaltermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 8 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.