ECLI:NL:CRVB:2022:2204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ouderdomspensioen wegens ontbreken AOW-verzekering en huwelijkse tijdvakken
Appellante, woonachtig in Marokko en geboren in 1954, vroeg een ouderdomspensioen aan op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij zelf nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en daardoor niet verzekerd was voor de AOW. Ook kon zij geen aanspraak maken op zogenoemde huwelijkse tijdvakken, omdat zij pas trouwde nadat haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat zij geen recht had op het ouderdomspensioen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij recht had op het pensioen omdat haar echtgenoot recht had op een AOW-pensioen en zij een nabestaandenuitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) handhaafde de afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontvangen van een AOW-pensioen door de echtgenoot en een nabestaandenuitkering door appellante niet leidt tot verzekering voor de AOW. Ook het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko biedt geen grond voor aanspraak. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat en uitgesproken op 13 oktober 2022.
Uitkomst: De afwijzing van het ouderdomspensioen wordt bevestigd omdat appellante niet verzekerd was voor de AOW en geen huwelijkse tijdvakken heeft vervuld.