ECLI:NL:CRVB:2022:2194

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
13 oktober 2022
Zaaknummer
22 / 219 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot op overlijdensdatum

Appellante, woonachtig in Marokko, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2018. De echtgenoot had een AOW-pensioen genoten maar was op het moment van overlijden niet verzekerd voor de ANW, noch verplicht noch vrijwillig, en ook niet volgens de Marokkaanse wetgeving.

De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze afwijzing. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bekrachtigd. De Raad oordeelde dat het recht op een ANW-uitkering niet volgt uit het feit dat de echtgenoot AOW ontving, maar dat de verzekering voor de ANW op het moment van overlijden bepalend is.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden wegens schending of verkeerde toepassing van het begrip verzekerde.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen nabestaandenuitkering ontvangt omdat haar echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

22.219 ANW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 november 2021, 21/2504 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 13 oktober 2022
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2022. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Diamant.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante, geboren in 1960, woont in Marokko. Haar in 1925 geboren echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt, maar is naar Marokko teruggekeerd, waar hij op [datum] 2018 is overleden. De echtgenoot van appellante genoot een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Bij besluit van 1 maart 2019 heeft de Svb afwijzend beslist op deze aanvraag, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Het door appellante tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 21 januari 2021 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is door partijen herhaald wat al eerder is aangevoerd.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak verworpen op gronden die de Raad onderschrijft. Dat de echtgenoot van appellante na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd tot aan zijn overlijden in 2018 recht had op een AOWouderdomspensioen, betekent niet dat appellante in verband met dit overlijden in aanmerking kan komen voor een ANW-nabestaandenuitkering. Bepalend is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW, terwijl hij toen evenmin ingevolge de Marokkaanse wetgeving verzekerd was.
4.2.
Uit punt 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2022.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) L.C. van Bentum
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de L.C. van Bentum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 octobre 2022.
Les parties disposent d’une délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion d’assuré.