ECLI:NL:CRVB:2022:2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot op overlijdensdatum
Appellante, woonachtig in Marokko, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2018. De echtgenoot had een AOW-pensioen genoten maar was op het moment van overlijden niet verzekerd voor de ANW, noch verplicht noch vrijwillig, en ook niet volgens de Marokkaanse wetgeving.
De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze afwijzing. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bekrachtigd. De Raad oordeelde dat het recht op een ANW-uitkering niet volgt uit het feit dat de echtgenoot AOW ontving, maar dat de verzekering voor de ANW op het moment van overlijden bepalend is.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden wegens schending of verkeerde toepassing van het begrip verzekerde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen nabestaandenuitkering ontvangt omdat haar echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.