ECLI:NL:CRVB:2022:21
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellante is bij brief van 7 september 2021 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is zij bij aangetekende brief van 8 oktober 2021 opnieuw verzocht de beroepsgronden binnen vier weken in te dienen, met de waarschuwing dat bij overschrijding de zaak niet inhoudelijk behandeld zou worden. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Er zijn geen redenen gebleken die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt zonder inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.