ECLI:NL:CRVB:2022:198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-indienen beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Appellant heeft echter nagelaten deze gronden in te dienen.
De gemachtigde van appellant werd bij brief van 28 september 2021 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, maar onttrok zich aan de procedure. Vervolgens is appellant zelf meerdere malen schriftelijk verzocht alsnog binnen gestelde termijnen de beroepsgronden in te dienen, maar hij liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor het verzuim en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er volgt geen inhoudelijke behandeling van de zaak en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden.