ECLI:NL:CRVB:2022:1817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft het hoger beroep doorgezonden aan de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt dit ook van toepassing op hoger beroep.
Appellant is op 20 november 2021 en opnieuw op 21 december 2021 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €134,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, met E. Blijleven-de Vries als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.