ECLI:NL:CRVB:2022:1815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht in WMO-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een zaak betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen een termijn van 28 dagen na de aanmaningsbrief.
Ondanks deze aanmaningen, waaronder een aangetekende brief en een verzoek om vrijstelling wegens betalingsonmacht, heeft appellant het griffierecht niet betaald. Appellant werd verzocht aanvullende informatie te verstrekken om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen, maar dit is niet tijdig en volledig gebeurd. De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen en appellant opnieuw verzocht het griffierecht te voldoen binnen een nieuwe termijn.
Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijn, waardoor het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 augustus 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.