Uitspraak
CIZ
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van CIZ een griffierecht van € 541,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een zaak onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift van het CIZ bevatte echter geen beroepsgronden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het CIZ meerdere malen in de gelegenheid gesteld om binnen een gestelde termijn alsnog de beroepsgronden in te dienen. Ondanks verlenging van de termijn en herhaalde aanmaningen heeft het CIZ geen beroepsgronden ingediend. Er zijn geen redenen aangevoerd die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Van het CIZ wordt een griffierecht van €541,- geheven. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CIZ is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden binnen de gestelde termijn.