ECLI:NL:CRVB:2022:1569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na intrekking besluiten CIZ en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen besluiten van het CIZ van 10 augustus 2017 en 27 december 2017. Tijdens de procedure trok het CIZ deze besluiten in, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het CIZ in de proceskosten die appellant in hoger beroep heeft moeten maken. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht oordeelde de Raad dat het CIZ op verzoek van appellant kan worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De proceskosten voor verleende rechtsbijstand worden begroot op € 759,-. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het CIZ wenden.
De Raad veroordeelt het CIZ tot betaling van € 759,- aan appellant. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 16 juni 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan appellant voor proceskosten in hoger beroep.