ECLI:NL:CRVB:2022:1385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en verzuim hersteltermijn
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd bij brief van 3 december 2021 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan.
Vervolgens werd bij aangetekende brief van 3 januari 2022 nogmaals een hersteltermijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat bij uitblijven van beroepsgronden de zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld. Ook deze termijn werd ongebruikt verstreken. Er zijn geen redenen aangevoerd die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
Gezien het ontbreken van de noodzakelijke beroepsgronden en het niet benutten van de hersteltermijnen, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut en uitgesproken op 7 juni 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet benutten van hersteltermijnen.