ECLI:NL:CRVB:2021:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door Sociale verzekeringsbank
De Sociale verzekeringsbank (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. H.J.G. Heijen, diende een verweerschrift in. Op 8 december 2020 trok appellant het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118 Awb Pro toe, dat bepaalt dat bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd toegewezen.
De proceskosten werden begroot op €534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door H. Benek op 23 april 2021.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van €534 aan proceskosten aan betrokkene.