ECLI:NL:CRVB:2021:920

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 april 2021
Publicatiedatum
23 april 2021
Zaaknummer
19/2477 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door Sociale verzekeringsbank

De Sociale verzekeringsbank (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. H.J.G. Heijen, diende een verweerschrift in. Op 8 december 2020 trok appellant het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118 Awb Pro toe, dat bepaalt dat bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd toegewezen.

De proceskosten werden begroot op €534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door H. Benek op 23 april 2021.

Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van €534 aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 april 2021
19/2477 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2019, 18/7634
Partijen:
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 19 augustus 2019 heeft mr. H.J.G. Heijen, advocaat, namens betrokkene een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 8 december 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Heijen verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door H. Benek, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2021.
(getekend) H. Benek
(getekend) K.R. van Renswoude

RB