ECLI:NL:CRVB:2021:91
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevende omstandigheden
Appellant had een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen wegens het ontbreken van voldoende bewijs voor bijstandbehoevende omstandigheden. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt recht te hebben op bijstand.
Appellant stelde dat hij zuinig leefde, regelmatig bij vrienden at, van spaargeld leefde en soms hulp van familie kreeg, maar deze verklaringen werden niet voldoende geacht. De bankafschriften toonden geen uitgaven voor levensonderhoud zoals boodschappen of kleding, noch geldopnames daarvoor. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat contant geld van de werkgever werd gebruikt voor deze kosten. Bovendien had appellant een spaarrekening met een positief saldo zonder opnames.
De Raad voegde toe dat het college terecht inzage mocht verlangen in bankafschriften over een langere periode dan de laatste drie maanden, gezien het ontbreken van kosten voor levensonderhoud in de overgelegde stukken. Persoonlijke omstandigheden van appellant, hoewel moeilijk, leidden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte bijstandbehoevende omstandigheden.