ECLI:NL:CRVB:2021:839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding wettelijke beroepstermijn AOW-besluit
Betrokkene, woonachtig in Duitsland, werkte van 2003 tot 2008 in Nederland en ontving daarna een IVA-uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe met een korting wegens niet-verzekerde jaren. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in tegen het bestreden besluit, maar dit beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
In hoger beroep heeft betrokkene geen nieuwe gronden aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad bevestigt dat het beroep buiten de termijn is ingediend en dat deze overschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat betrokkene de ontvangst van het besluit niet heeft betwist en er contact was geweest tussen betrokkene en de Svb. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de uitspraak van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het AOW-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn.