ECLI:NL:CRVB:2021:759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd haar uitkering beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit werd gebaseerd op een medisch onderzoek door een Duitse zenuwarts en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door een verzekeringsarts.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat. Zij overhandigde meerdere medische rapporten ter onderbouwing van haar klachten en vroeg om een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde een psychiater die een uitgebreid onderzoek deed en concludeerde dat er geen aanleiding was voor een verdergaande urenbeperking dan aangenomen in de FML.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en oordeelde dat de geselecteerde functies passend waren voor appellante. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellante is terecht beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.