ECLI:NL:CRVB:2021:588
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na intrekking boetebesluit door CAK en proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het CAK. Tijdens de procedure heeft het CAK het boetebesluit van 6 november 2017 ingetrokken, waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het CAK. De Raad voor de Rechtspraak heeft het onderzoek ter zitting geschorst en vervolgens achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het CAK op grond van artikel 8:75a en 8:108 Awb veroordeeld kan worden in de proceskosten, omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De proceskosten zijn begroot op in totaal €3.204,- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep.
Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het CAK verhalen. De uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in aanwezigheid van griffier E.M. Welling, en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2021.
Uitkomst: Het CAK is veroordeeld tot betaling van € 3.204,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het boetebesluit.