ECLI:NL:CRVB:2021:531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid arbeid
Appellant, voormalig stucadoor, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en informatie van de behandelend psychiater werd appellant per 23 juli 2018 weer geschikt geacht voor zijn arbeid. Het Uwv beëindigde daarop de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts de psychische klachten en medicatiegebruik van appellant adequaat had beoordeeld. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.