ECLI:NL:CRVB:2021:522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaald griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voor het indienen van een verzoek om herziening griffierecht verschuldigd. Verzoekster werd meerdere malen schriftelijk geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de uiterste betaaldatum.
Verzoekster deed een beroep op betalingsonmacht en leverde daartoe een inkomensverklaring en aanvullende verklaringen aan. De Raad heeft dit beroep zorgvuldig beoordeeld en vastgesteld dat verzoekster niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht. Verzoekster is herhaaldelijk gewezen op de noodzaak tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.
Het griffierecht is uiteindelijk niet binnen de termijn betaald. De Raad oordeelt dat verzoekster in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut en uitgesproken op 9 maart 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.