ECLI:NL:CRVB:2021:521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is voor het indienen van een verzoek om herziening griffierecht verschuldigd. Verzoekster werd hierover geïnformeerd en kreeg een termijn van 28 dagen om het griffierecht te voldoen.
Verzoekster deed een beroep op betalingsonmacht, maar na meerdere verzoeken om aanvullende en actuele inkomensgegevens te verstrekken, concludeerde de Raad dat niet aan de criteria voor betalingsonmacht was voldaan. Ondanks herhaalde aanmaningen en een aangetekende brief werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verzoekster in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier K.R. van Renswoude op 9 maart 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.