ECLI:NL:CRVB:2021:518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep wees verzoekster op de verschuldigdheid van het griffierecht van €131,-, dat binnen twee weken na dagtekening van de brief moest worden voldaan.
Verzoekster deed een beroep op betalingsonmacht en diende een inkomensverklaring in. Na aanvullende verzoeken om actuele inkomensgegevens concludeerde de Raad dat verzoekster niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldeed. Vervolgens werd verzoekster meerdere malen aangetekend gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn.
Omdat verzoekster het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaalde, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2021 door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.