ECLI:NL:CRVB:2021:474
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- E. C. Boeree
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Appellant stelde in verzet dat het griffierecht wel tijdig was voldaan, maar door een administratieve vergissing was teruggestort vanwege een verzoek om vrijstelling.
De Raad onderzocht dit nader en concludeerde dat het griffierecht inderdaad tijdig was voldaan, maar dat de terugstorting en het verzoek om vrijstelling elkaar hadden gekruist. Hierdoor werd het hoger beroep onterecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 267,- voor verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.