ECLI:NL:CRVB:2021:339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Betrokkene, laatstelijk werkzaam als boekhoudster, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige bepaalde dat betrokkene nog 75,75% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen en belastbaarheid juist waren vastgesteld. Betrokkene bracht in hoger beroep geen nieuwe relevante medische informatie in en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en taalbeheersing.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies geschikt waren. De Raad bevestigde de beëindiging van het ziekengeld per 12 augustus 2016 en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van het ziekengeld per 12 augustus 2016 wordt bevestigd.