ECLI:NL:CRVB:2021:3373

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2021
Publicatiedatum
3 oktober 2022
Zaaknummer
20 / 4325 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep door CIZ en veroordeling in proceskosten

Het College Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de Wet langdurige zorg (WLZ). Het hoger beroep was ingesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Namens betrokkene diende mr. C.C.M. Peper een verweerschrift in. Vervolgens trok het CIZ het hoger beroep in bij brief van 24 november 2021. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van het CIZ in de proceskosten, waarop het CIZ niet reageerde.

De Raad stelde het onderzoek ter zitting achterwege op grond van artikel 8:57 Awb Pro en besloot het onderzoek te sluiten. Op grond van artikel 8:118 Awb Pro in samenhang met artikel 8:75 Awb Pro werd het CIZ veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op €759,- voor verleende rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw-Bodegom, en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2021.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van €759,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 september 2021
20/4325 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 december 2020, 19/1580 (aangevallen uitspraak)
Partijen:

CIZ

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

CIZ heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. C.C.M. Peper, advocaat, op 22 februari 2021 een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 24 november 2021 heeft CIZ het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Peper verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
CIZ heeft daarop niet gereageerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt CIZ veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw-Bodegom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2021.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) P.A.M. Hulsdouw-Bodegom