ECLI:NL:CRVB:2021:3373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door CIZ en veroordeling in proceskosten
Het College Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de Wet langdurige zorg (WLZ). Het hoger beroep was ingesteld door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Namens betrokkene diende mr. C.C.M. Peper een verweerschrift in. Vervolgens trok het CIZ het hoger beroep in bij brief van 24 november 2021. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van het CIZ in de proceskosten, waarop het CIZ niet reageerde.
De Raad stelde het onderzoek ter zitting achterwege op grond van artikel 8:57 Awb Pro en besloot het onderzoek te sluiten. Op grond van artikel 8:118 Awb Pro in samenhang met artikel 8:75 Awb Pro werd het CIZ veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene, begroot op €759,- voor verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw-Bodegom, en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2021.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van €759,- na intrekking van het hoger beroep.