ECLI:NL:CRVB:2021:3364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij AOW-pensioen
Appellant heeft tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) beroep ingesteld inzake de hoogte van zijn ouderdomspensioen. De Svb had aanvankelijk een voorlopig pensioen toegekend van 46%, later gevolgd door een definitief pensioen van 50%, omdat appellant voor een aantal jaren niet verzekerd zou zijn geweest.
De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en later wegens ontbreken van procesbelang, omdat appellant met het beroep geen hoger pensioen kan verkrijgen dan het reeds toegekende definitieve pensioen. Appellant stelde in hoger beroep dat het pensioen te laag is vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens ontbreken van procesbelang. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.