ECLI:NL:CRVB:2021:3229

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2021
Publicatiedatum
20 december 2021
Zaaknummer
19/2492 AOW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:113 AwbAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar AOW en opdracht tot nieuwe beslissing

Appellante ontving op 8 september 2017 een besluit tot toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), met een korting wegens onvoldoende verzekeringsjaren. Dit besluit werd in haar Berichtenbox geplaatst. Op 4 juni 2018 verklaarde de Sociale verzekeringsbank (Svb) het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de niet-ontvankelijkverklaring onjuist was, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat het niet lezen van Berichtenbox vaak niet aan de burger kan worden toegerekend.

De Svb heeft vervolgens aangegeven het bezwaar alsnog inhoudelijk te zullen behandelen. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en beveelt de Svb een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Raad beroep kan worden ingesteld. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in bezwaar en hoger beroep.

Uitkomst: Het bezwaar is gegrond verklaard, het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak zijn vernietigd en de Svb moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

19.2492 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 april 2019, 18/640 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 9 december 2021
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: R. van Doorn
Ter zitting zijn verschenen: geen van de partijen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op het besluit van 4 juni 2018;
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 4 juni 2018 gegrond en vernietigt dit besluit;
  • draagt de Svb op om een nieuw besluit op het bezwaar van appellante tegen het besluit
van 8 september 2017 te nemen;
  • bepaalt dat tegen het nieuw te nemen besluit op het bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld;
  • veroordeelt de Svb in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.656,-;
  • bepaalt dat de Svb aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 128,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Met een besluit van 8 september 2017 is aan appellante, met ingang van 18 juni 2017, een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend, naar de norm van een alleenstaande en met een korting van 86% omdat zij (afgerond) 43 kalenderjaren niet verzekerd is geweest. Dit besluit is in de appellantes Berichtenbox van MijnOverheid geplaatst. In een besluit van 4 juni 2018 (bestreden besluit) is het bezwaar nietontvankelijk verklaard, wegens overschrijding van de bezwaartermijn. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en daarbij de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb, bij brief van 2 december 2021, laten weten het bestreden besluit niet te handhaven. Daarbij heeft de Svb aangegeven dat uit de uitspraak van de Raad van 9 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2174, volgt dat het bezwaar op onjuiste gronden niet-ontvankelijk is verklaard. De Svb zal het bezwaar alsnog inhoudelijk behandelen.
Dit leidt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit. Met het oog op een voortvarende afdoening van het geschil wordt met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen de door de Svb te nemen nieuwe beslissing op het bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld. De Svb wordt verder veroordeeld in de proceskosten van appellante in bezwaar (1 punt) en in hoger beroep (1,5 punt).
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. van Doorn (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum