ECLI:NL:CRVB:2021:3160

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
19/4690 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na een herziene beslissing op bezwaar van het college, waarin volledig aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen, trok appellante het hoger beroep in.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen. Deze regeling is overeenkomstig van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.

De Raad veroordeelt het college in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De kosten worden begroot op €1.496,- voor het beroep en €748,- voor het hoger beroep. Vergoeding van het griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het college te vorderen.

De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van €2.244,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 december 2021
19/4690 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
6 november 2019, 19/2285
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.M. Haring, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 27 mei 2021 een herziene beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 28 mei 2021 heeft mr. Haring namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de herziene beslissing op bezwaar van 27 mei 2021 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.496,- in beroep en € 748,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.244,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude