ECLI:NL:CRVB:2021:3160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na een herziene beslissing op bezwaar van het college, waarin volledig aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen, trok appellante het hoger beroep in.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen. Deze regeling is overeenkomstig van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De kosten worden begroot op €1.496,- voor het beroep en €748,- voor het hoger beroep. Vergoeding van het griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het college te vorderen.
De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van €2.244,- aan proceskosten aan appellante.