ECLI:NL:CRVB:2021:3090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht in WIA-zaak
Verzoekster heeft hoger beroep en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam in WIA-zaken. De Raad heeft haar bij meerdere brieven gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de betalingstermijnen.
Ondanks herhaalde aanmaningen is het griffierecht voor zowel het hoger beroep als de voorlopige voorziening telkens te laat betaald. De Raad constateert dat verzoekster in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De te laat betaalde griffierechten worden terugbetaald aan verzoekster. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het geschil.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht.