ECLI:NL:CRVB:2021:3065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig indienen beroepschrift
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2020. Het beroepschrift was niet tijdig ingediend, omdat het pas op 4 januari 2021 werd ontvangen terwijl de termijn zes weken bedroeg en begon te lopen vanaf de dag na toezending van de uitspraak op 2 oktober 2020.
De rechtbank had de uitspraak op 24 november 2020 retour ontvangen wegens niet-afhalen en zond daarop nogmaals een afschrift aan de bewindvoerder van appellant, met de expliciete mededeling dat de termijn niet opnieuw begint te lopen. De bewindvoerder gaf aan dat de aangetekende brief niet op het juiste adres was aangeboden, maar dit werd niet als een geldige reden voor termijnoverschrijding erkend.
De Raad overwoog dat het risico van niet-tijdige indiening bij niet-afhalen van aangetekende stukken voor rekening van de indiener komt. Zelfs bij een niet-toerekenbare omstandigheid wordt in het algemeen een termijn van twee weken gegund om alsnog beroep in te stellen, maar ook die termijn werd overschreden.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.