ECLI:NL:CRVB:2021:2986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep in een sociale zekerheidszaak. Volgens artikel 6:5 lid 1 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellant is bij brief van 20 juli 2021 in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekende brief van 20 augustus 2021 nogmaals een termijn van vier weken gesteld om alsnog beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding kan leiden tot niet-ontvankelijkheid.
Ook deze termijn is ongebruikt verstreken zonder dat appellant gronden heeft ingediend of redenen heeft opgegeven die het verzuim kunnen verontschuldigen. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.