ECLI:NL:CRVB:2021:2973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het griffierecht verschuldigd is en dat het niet betalen hiervan binnen de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Er is geen aanleiding om te oordelen dat appellant niet in verzuim is geweest.
Daarom wordt het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 30 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.