Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van 134,- aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht moet bij het indienen van het beroepschrift een griffierecht worden betaald. Appellant is hierover op 30 april 2021 en 31 mei 2021 schriftelijk geïnformeerd met de mededeling dat het griffierecht binnen een bepaalde termijn moest worden voldaan.
Het griffierecht werd echter pas op 15 augustus 2021 betaald, wat na de gestelde termijn was. De Raad oordeelt dat appellant daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het te laat betaalde griffierecht zal worden terugbetaald aan appellant. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut namens de Centrale Raad van Beroep op 30 november 2021 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.