ECLI:NL:CRVB:2021:2923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Bij het indienen van het hoger beroep is een griffierecht verschuldigd, dat niet binnen de gestelde termijn is betaald. Appellante heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan en daartoe een formulier ingevuld en ingediend. De Raad heeft vervolgens een inkomensverklaring opgevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand, waaruit bleek dat het verzamelinkomen van appellante € 2.639,- bedroeg in het peiljaar 2019.
Appellante gaf aan dat de gegevens niet actueel waren en dat zij wel over vermogen beschikte. Op basis van deze gegevens heeft de Raad geconcludeerd dat appellante niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet en heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Vervolgens is appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door E.C.R. Schut en uitgesproken op 23 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.