ECLI:NL:CRVB:2021:2756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet verschijnen op gesprekken en niet verstrekken gegevens
Appellant ontving bijstand sinds 2011 en vertrok op 27 oktober 2019 naar Curaçao, waarna hij op 18 november 2019 terugkeerde. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Rotterdam een onderzoek naar de rechtmatigheid van zijn bijstand. Appellant werd uitgenodigd voor gesprekken op 19 en 21 november 2019 om documenten te overleggen, maar verscheen niet en leverde de gevraagde gegevens niet in.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot de bijstand op 19 november 2019 op te schorten en vervolgens in te trekken wegens het niet verstrekken van gegevens en het niet verlenen van medewerking. Appellant stelde in hoger beroep dat hem geen verwijt kan worden gemaakt omdat hij het opschortingsbesluit niet tijdig heeft gezien en dat het college niet redelijkerwijs van zijn intrekkingsbevoegdheid gebruik kon maken.
De Raad oordeelde dat het opschortingsbesluit op het uitkeringsadres was bezorgd en door een vriendin van appellant was gelezen, die contact had met de sociaal rechercheur. Het niet tijdig zien van het besluit komt voor risico van appellant, die onvoldoende zorg droeg voor de behandeling van zijn post. Tevens kon appellant niet aannemelijk maken dat hij in de periode van 19 november tot 3 december 2019 bijstandbehoevend was, omdat hij niet op de gesprekken verscheen en zijn woon- en leefsituatie niet kon worden vastgesteld.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens het niet verschijnen op gesprekken en het niet verstrekken van gevraagde gegevens.