ECLI:NL:CRVB:2021:2751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het beroepschrift tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland niet tijdig is ingediend. De uitspraak was op 23 december 2020 per aangetekende post aan de gemachtigde van appellante verzonden. Na retour ontvangen te hebben wegens niet-afhalen, is de uitspraak op 11 februari 2021 opnieuw verzonden met de mededeling dat dit geen verlenging van de beroepstermijn betekende. Het beroepschrift werd echter pas op 4 maart 2021 per fax ontvangen, wat buiten de toegestane termijn valt.
Appellante stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan de sluiting van het PostNL-punt vanwege de coronamaatregelen, waardoor het aangetekende stuk niet tijdig kon worden afgehaald. Hoewel een verklaring van het PostNL-punt werd overgelegd, oordeelde de Raad dat dit geen grond was om te concluderen dat appellante niet in verzuim was. De wettelijke regel is dat het risico van niet tijdig indienen bij niet-afhalen voor rekening van de indiener komt.
De Raad wees erop dat in uitzonderlijke gevallen een termijn van twee weken wordt gegund na kennisname van het besluit, maar appellante had zelfs deze termijn overschreden. Er waren geen zeer uitzonderlijke omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.