ECLI:NL:CRVB:2021:2623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering IOAW-uitkering wegens niet doorgeven inkomsten uit arbeid
Bij besluit van 1 juni 2018 heeft het dagelijks bestuur de IOAW-uitkering van appellant over de periode van 1 april 2017 tot en met 11 februari 2018 herzien vanwege het niet doorgeven van inkomsten uit arbeid, in strijd met de inlichtingenverplichting.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van €7.516,53, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat hij niet geïnformeerd was over de verplichting om inkomsten uit nulurencontracten door te geven en dat deze inkomsten gering waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat inkomsten uit arbeid van invloed konden zijn op de hoogte van de uitkering. Het niet melden hiervan betekent dat appellant zijn verplichtingen heeft geschonden. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de IOAW-uitkering blijft gehandhaafd.