ECLI:NL:CRVB:2021:2463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante, een besloten vennootschap, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €541,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Raad heeft op basis van de beschikbare gegevens geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest met de betaling van het griffierecht. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier H. Alajai op 6 oktober 2021. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.