ECLI:NL:CRVB:2021:2179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijstand na late aanvraag zonder bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met een gewenste ingangsdatum vóór de datum waarop hij zich daadwerkelijk meldde. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling en kende bijstand toe vanaf de datum van de aanvraag. Appellant stelde bezwaar en voerde aan dat hij eerder in aanmerking kwam voor bijstand, omdat hij vanaf een eerdere datum geen inkomsten had en bezig was met het digitaal indienen van een aanvraag.
De Raad overweegt dat bijstand in beginsel wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de dag waarop de belanghebbende zich meldt of een aanvraag indient, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De inschrijving in de BRP en het ontvangen van een DigiD-code worden niet als een melding of aanvraag beschouwd.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zich eerder niet kon melden of een gegronde reden had voor de late aanvraag. Daarom zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend zonder bijzondere omstandigheden.