Uitspraak
20.766 WLZ
CIZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1960, diende een aanvraag in voor langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het CIZ werd afgewezen. De medische adviseurs concludeerden dat er geen medische noodzaak was voor 24-uurs zorg in de nabijheid, omdat appellante adequaat om hulp kan vragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat zij niet lichamelijk was onderzocht en verzocht om een onafhankelijke deskundige vanwege bewijsnood. De Raad oordeelde dat een huisbezoek had plaatsgevonden en dat de medisch adviseur alle beschikbare medische informatie had betrokken, waaronder brieven van diverse specialisten. Er was geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling.
De Raad zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen, mede omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken te overleggen. Het hoger beroep werd verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.