ECLI:NL:CRVB:2021:2007

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juli 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
20/4041 MPW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArtikel 1 Voorzieningenregeling militaire oorlogs- en dienstslachtoffers
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding eigen bijdrage ziekenhuiskosten en mantelzorgkosten op grond van Voorzieningenregeling militaire slachtoffers

Appellant verzocht de staatssecretaris van Defensie om vergoeding van de eigen bijdrage voor ziekenhuiskosten van een operatie op grond van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Dit verzoek werd bij besluit van 7 februari 2019 afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. Appellant stelde geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Daarnaast vroeg appellant om een tegemoetkoming in de kosten van mantelzorg die hij verleende aan een gewezen militair. Dit verzoek werd eveneens afgewezen omdat een dergelijke vergoeding niet is opgenomen in de Voorzieningenregeling.

Bovendien valt appellant niet onder de doelgroep van de regeling, aangezien hij niet voldoet aan de vereisten van een dienstverband met vastgestelde invaliditeit. De Raad onderschreef de overwegingen van de staatssecretaris en rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de vergoedingsverzoeken bevestigd.

Uitspraak

20.4041 MPW-PV, 20/4042 MPW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 oktober 2020, 19/2603 en 19/7083 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Staatssecretaris van Defensie te Heerlen (staatssecretaris)
Datum uitspraak: 30 juli 2021
Zitting hebben: C.H. Bangma, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M.E. van Donk
Appellant is niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door H.A.L. Knoben.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft aan de staatssecretaris verzocht om een vergoeding van de eigen bijdrage voor de ziekenhuiskosten van een operatie op grond van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (Voorzieningenregeling). Bij besluit van 7 februari 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 maart 2019 (bestreden besluit 1), heeft de staatssecretaris het verzoek om vergoeding van de eigen bijdrage afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Op het verzoek van appellant is al eerder afwijzend beslist bij besluit van 6 juni 2018 en appellant heeft geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden gesteld.
Voorts heeft appellant verzocht om een tegemoetkoming in de kosten van mantelzorg, die hij heeft verleend aan een gewezen militair. Bij besluit van 5 augustus 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 10 oktober 2019 (bestreden besluit 2), heeft de staatssecretaris het verzoek om een tegemoetkoming in de kosten van mantelzorg afgewezen omdat een dergelijke vergoeding niet voorkomt in de Voorzieningenregeling. Verder valt appellant hoe dan ook niet onder de reikwijdte van de Voorzieningenregeling omdat deze op grond van artikel 1, onder a en b, alleen openstaat voor een beroepsmilitair, gewezen beroepsmilitair, dienstplichtige militair, gewezen dienstplichtige, reservist of gewezen reservist, waarbij bovendien een invaliditeit met dienstverband moet zijn vastgesteld. Appellant voldoet niet aan deze voorwaarden.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de staatssecretaris in de bestreden besluitvorming en de overwegingen van de rechtbank ter zake. Wat appellant heeft aangevoerd geeft geen aanleiding hier iets aan toe te voegen. Het hoger beroep slaagt dus niet.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M.E. van Donk (getekend) C.H. Bangma