ECLI:NL:CRVB:2021:2000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om herziening en onbevoegdheid tot oordeel over term 'wanbetaler'
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzoek om herziening van uitspraken van 19 december 2019, waarin de hoger beroepen van verzoekers niet-ontvankelijk waren verklaard en verzoeken om schadevergoeding waren afgewezen.
Verzoekers stelden dat zij geen eerlijk proces hadden gehad omdat zij niet ter zitting waren gehoord en dat de Raad ten onrechte niet had beslist over hun verzoek tot vergoeding van materiële schade. Tevens verzochten zij om CAK te veroordelen tot verwijdering van de term 'wanbetaler' uit hun dossiers op straffe van een dwangsom.
De Raad oordeelde dat de stelling dat geen zitting had plaatsgevonden feitelijk onjuist was, aangezien de gemachtigde van verzoekers wel aanwezig was bij de zitting van 6 december 2019. Ook was er overeenstemming bereikt over proceskosten, waardoor een oordeel over materiële schadevergoeding niet meer nodig was. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen.
Daarnaast verklaarde de Raad zich onbevoegd om te oordelen over het verzoek tot verwijdering van de term 'wanbetaler'. Verzoekers konden ter zitting niet aangeven waar deze term in hun dossiers voorkwam. Er is afgesproken dat de gemachtigde het dossier nader bestudeert en bij constatering contact opneemt met CAK voor eventuele aanpassing.
Een veroordeling in de proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Verzoeken om herziening worden afgewezen en de Raad verklaart zich onbevoegd over het verzoek tot verwijdering van de term 'wanbetaler'.