ECLI:NL:CRVB:2021:1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief Sociale Verzekeringsbank over AOW
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van 21 maart 2018, waarin werd meegedeeld dat het dossier van haar moeder was vernietigd en er geen beslissingen meer worden genomen over het ouderdomspensioen van haar moeder. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank vernietigde dit besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat de brief geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat alleen besluiten, als schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandelingen, vatbaar zijn voor bezwaar en beroep. De brief van de Svb was niet op rechtsgevolg gericht en kon daarom niet als besluit worden aangemerkt. Het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante voerde aan dat zij bewindvoerder was van haar moeder, maar dit maakte geen verschil voor de ontvankelijkheid van het bezwaar. De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de brief van de Sociale Verzekeringsbank is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.