ECLI:NL:CRVB:2021:1868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor naamswijziging van zoon wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van een naamswijziging van haar jongste zoon, omdat hij bij reizen naar het buitenland problemen ondervindt door zijn afwijkende achternaam. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet noodzakelijk zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de naamswijziging noodzakelijk is vanwege de belemmeringen bij het reizen en de emotionele gevolgen voor haar zoon. De Raad overwoog dat de wenselijkheid van de naamswijziging en de ervaren belemmeringen niet leiden tot noodzakelijke kosten in de zin van de wet.
Verder wees de Raad het beroep af dat er sprake zou zijn van zeer dringende redenen voor bijzondere bijstand, omdat artikel 16 van Pro de PW hier niet van toepassing is. Ook het argument dat appellante onevenredig hard wordt getroffen faalde. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor naamswijziging wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijke kosten.