Uitspraak
20.1178 AW, 20/2186 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de minister in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.068,-;
- bepaalt dat van de korpschef een griffierecht van € 519,- wordt geheven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1994 werkzaam bij een dienst en werd in 2010 overgeplaatst naar een nieuwe functie waarbij hij in salarisschaal 7 werd ingedeeld in het kader van bewust belonen. Bij een latere overplaatsing in 2013 behield hij deze schaal 7, hoewel de functie werd gewaardeerd in schaal 6. In 2018 wijzigde de minister het salaris naar schaal 6 met terugwerkende kracht vanaf 2013, omdat volgens de minister de hogere schaal onterecht was toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De minister ging in hoger beroep, stellende dat de toekenning van schaal 7 in strijd was met het toen geldende Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren (BBRA) en dat de fout hersteld mocht worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister geen voorwaarden of tijdsduur aan de hogere schaal had verbonden en dat de toekenning niet was ingetrokken bij de overplaatsing. Betrokkene had aannemelijk gemaakt dat er afspraken waren gemaakt over het behoud van schaal 7. De minister had deze afspraken feitelijk ook uitgevoerd tot 2018. Het terugkomen op deze afspraken zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarom werd het hoger beroep van de minister verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.