ECLI:NL:CRVB:2021:1784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbewijs
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn drie kinderen die bij zijn zus wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2018 omdat appellant niet in belangrijke mate bijdroeg aan het onderhoud van zijn kinderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond omdat hij geen bewijs leverde van de minimale onderhoudsbijdrage.
In hoger beroep stelde appellant dat hij via een bankrekening, waarvan zijn zus de bankpas beheert, geld heeft overgemaakt ten behoeve van de kinderen. Echter heeft hij geen betaalbewijzen of andere bewijsstukken overgelegd om dit te onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep volgt het oordeel van de rechtbank en verwijst naar diens overwegingen.
De Raad concludeert dat het aangevoerde bewijs onvoldoende is om het recht op kinderbijslag te herstellen. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd van onderhoudsbijdrage.