ECLI:NL:CRVB:2021:1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellant ontving sinds 2008 een Wajong-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Met de invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, waardoor zijn uitkering per 1 januari 2018 is verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
Appellant voerde aan dat hij vanwege diverse medische aandoeningen, waaronder niet-aangeboren hersenletsel en psychische klachten, niet vier uur per dag aaneengesloten kan werken en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen. Hij verzocht om een deskundigenonderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV op inzichtelijke wijze rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant en dat de medische problematiek geen reden geeft voor een sterk energietekort of beperking van activiteit. De Raad vond geen aanleiding het oordeel van het UWV te verwerpen en bevestigde de verlaging van de uitkering naar 70% van het minimumloon. Een deskundigenonderzoek werd niet nodig geacht en een schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon is terecht bevestigd.