Uitspraak
20.1876 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
vertrouwensbeginsel ten aanzien van de periode vanaf 28 mei 2018;
wat in deze uitspraak is overwogen;
de Raad;
vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een politieambtenaar, was per 1 juli 2016 aangesteld in een functie in salarisschaal 8 en werd per 1 april 2017 geplaatst in een hogere functie in salarisschaal 9. Tijdens het arbeidsvoorwaardengesprek werd hem toegezegd dat hij direct ofwel per datum functiewijziging de eerste OVW-periodiek zou ontvangen. Deze toezegging werd echter niet nagekomen, wat leidde tot een verzoek om herziening van het plaatsingsbesluit.
De korpschef wees dit verzoek af, stellende dat appellant correct was ingeschaald en dat het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel niet tot herziening leidden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het organisatiebelang van de korpschef zwaarder werd geacht dan de gerechtvaardigde verwachtingen van appellant.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de toezegging van de teamchef gerechtvaardigde verwachtingen heeft gewekt die niet zonder meer kunnen worden genegeerd. De vrees voor precedentwerking is niet gerechtvaardigd gezien het beperkte aantal vergelijkbare gevallen. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de toezegging moet worden nagekomen vanaf 28 mei 2018.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt de korpschef op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de korpschef veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De toezegging tot het ontvangen van de eerste OVW-periodiek vanaf 28 mei 2018 moet worden nagekomen en het besluit van de korpschef wordt vernietigd.