ECLI:NL:CRVB:2021:1266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand en afwijzing bijzondere bijstand voor bril
Appellanten ontvangen sinds 2012 bijstand en hebben samen vijf kinderen. Het college heeft de bijstand met 50% verlaagd over december 2018 tot en met januari 2019 omdat appellant op staande voet is ontslagen wegens ongeoorloofd verzuim en daardoor niet aan de verplichting tot behoud van arbeid voldeed.
Daarnaast heeft appellant bijzondere bijstand aangevraagd voor een bril, maar deze aanvraag is afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt. Appellant kocht de bril bij een niet-gecontracteerde opticien, waardoor de aanvullende verzekering slechts gedeeltelijk vergoedde.
De rechtbanken hebben beide besluiten bevestigd en de Raad volgt deze lijn. Appellanten hebben hun gronden in hoger beroep herhaald zonder nieuwe onderbouwing. Het beroep op dringende redenen om de maatregel aan te passen faalt omdat het college al rekening hield met de financiële situatie door de maatregel te spreiden.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de beroepen af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand en wijst de bijzondere bijstand voor een bril af.