ECLI:NL:CRVB:2021:1261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant, gehuwd sinds 2008, ontving vanaf 2013 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit naar duurzaam gescheiden leven en herzag het pensioen per 1 oktober 2018 naar dat voor een gehuwde pensioengerechtigde, omdat uit het huisbezoek en ondertekend formulier bleek dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de feiten geen ondubbelzinnige aanwijzing voor duurzaam gescheiden leven gaven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hem voorafgaand aan het huisbezoek geen cautie was gegeven en dat hij sociaal wenselijke antwoorden had gegeven. Tevens stelde hij dat hij duurzaam gescheiden leefde omdat hij zijn echtgenote sinds het huwelijk slechts 49 dagen had gezien.
De Raad overwoog dat de verplichting tot cautie niet van toepassing was omdat het onderzoek niet gericht was op een strafrechtelijke sanctie. Verder concludeerde de Raad dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven, gelet op het regelmatige contact, financiële betrokkenheid en zorg tussen appellant en zijn echtgenote. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ouderdomspensioen wordt herzien naar dat voor een gehuwde pensioengerechtigde.