ECLI:NL:CRVB:2020:966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing smartengeld wegens geen toegenomen invaliditeit na dienstongeval
Appellant, voormalig politieambtenaar, heeft bij een dienstongeval in 2011 knieletsel opgelopen. Hij vorderde smartengeld wegens vermeende toegenomen invaliditeit. De korpschef wees dit verzoek af, waarna de rechtbank Rotterdam dit besluit bevestigde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het knieletsel niet wezenlijk is toegenomen ten opzichte van het eerdere letsel uit 2008. De verzekeringsarts concludeerde dat het letsel niet uitsluitend door het ongeval in 2011 is veroorzaakt en dat er geen medische stukken zijn die dit tegenspreken.
De Raad stelt vast dat de Regeling smartengeld dienstongevallen politie alleen ruimte biedt voor vergoeding bij objectief medisch vastgestelde toegenomen invaliditeit volgens de AMA Guides. Omdat appellant geen toegenomen invaliditeit heeft aangetoond, is het beroep ongegrond en wordt het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om smartengeld wordt bevestigd.